Jeugdindrukken

Merk 4
8711 CL Workum
tel. 0515 - 54 12 31








Workum Memoires



Tjitske van Eerde-Sluyterman
(Tjits)





Tjitske Sluyterman
*Workum 27 mei 1880
25 jaar, zonder beroep te Workum (1905); zonder beroep te Winschoten (1910); woont te Hoorn, Groote Oost 55 (1912, 1914); woont te Haarlem (1922); woont te Heemstede, Floraplein 8 (1939); bestuurslid van de afdeeling Haarlem en omstreken der Nederlandsche Vereeniging van Huisvrouwen  (1939,1942).

Dochter van Lamoraal Albertus Æmilius Sluyterman en Eke Potma
medicinaedocter en arts en zonder beroep te Workum (1880)
overleden en zonder beroep te Workum (1905)

Getuigen bij de geboorteakte
Harmen Potma, 62 jaar, olieslager te Workum en
Tjebbe Visser, 33 jaar, houthandelaar te Workum.

x Workum 27 juli 1905

Sjoerd Riemer van Eerde
*Workum 25 december 1872 - +Haarlem 5 augustus 1925
32 jaar, directeur eener rijwielfabriek, wonende te Winschoten (1905, 1910); hij was directeur van de Rijwielen- en Motorenfabriek Gruno N.V., onder zijn leiding begint de grotere productie van rijwielen onder de merken Gruno en Dreadnought. In 1911 treedt hij uit dienst; woont te Hoorn, Groote Oost 55 (1912, 1914); woont te Haarlem (1922).

Zoon van Albertus Egbert van Eerde en Gelkje de Jong
predikant der Hervormden en zonder beroep te Workum (1872);
beide zonder beroep te 's Gravenhage (1905)

Getuigen bij de geboorteakte
Sjoerd Simons Gaastra,43 jaar, koopman te Workum en
Diderius Jacobus de Boer, 38 jaar, banketbakker te Workum.



Jeugdindrukken
Tjitske van Eerde-Sluyterman (*Workum 27 mei 1880)

Eke Harmens Potma en
Dr. Lamoraal Albertus Æmilius Sluyterman


Ter gedachtenis aan onze Ouders
,,Over al die oude dingen
Met water, bomen, beelden -
Weeft zacht herinnering - een droom
Uit een lief verleden."

Graag wil ik herinneringen uit mijn jeugd opschrijven, hoewel het geen belangrijke of wereldschokkende gebeurtenissen zijn, maar omdat ik door het rustige, landelijke leven en vooral door de liefderijke zorgen van mijn ouders zo'n gelukkige jeugd heb gehad.

dr. Lamoraal Albertus Æmilius Sluyterman
(Sneek 1850 - Workum 1891)
Arts te Workum. De foto is gemaakt toen hij nog student te Utrecht was.
fotocollectie L.A.Æ. Sluyterman, Eindhoven

Als Pa dit begin zou lezen, zou hij zijn veel aangehaalde uitspraak van een Workums grootvader over zijn kleinzoons (Reitsma) gekscherend aanhalend, daarbij duiden op ons ,,Dokter, dokter 't binne zulke poppen". Terwijl wij als alle normale kinderen soms ongehoorzaam waren of onderling twistten. Ma steeds vol zorg. Pa vol grappen. Hetgeen mij als kind steeds trok en de kameraad in hem deed voelen om grapjes te maken. Nog zie ik hoe wij kinderen hem begonnen te kietelen en hem in een hoekje van de kamer dreven: als de benauwenis te hevig werd kreet hij: "Pas op, ik word een lama" en deed ons aftrekken door zijn verweermiddel. Hij had ons natuurlijk even goed op grote-mensen manier met zijn armen op zij kunnen jagen.

Onze tuin plm 1900. De beelden Flora en Hebe  en van links naar rechts Dien, Ham en Tjits
fotocollectie Dien de Raad-Sluyterman

In de zomer leefden we in ,,'t Tentsje", het tuinhuisje op 10 m afstand van het huis. Vandaar hadden wij uitzicht op onze tuin. 't Paradieske genaamd, nu we eruit verdreven zijn en van de boom der kennis hebben geproefd. Nog zie ik Pa zich op het gras uitstrekken en wij als kinderen met hem dollen en op hem rondkruipen. Ik als oudste wilde dan haantje de voorste zijn, maar 't werd me duidelijk gemaakt, dat 't eigenlijk voor de jongeren bedoeld was. Ik zal als eerste kind wel dit zelfde feest hebben beleefd. Een ander groot feest dat bijna dagelijks voorkwam, was het uit rijden gaan met Pa om de buitenpatiënten te bezoeken in 't Heidenschap, Ferwoude, Gaast, Nijhuizum en Hieslum. Ik voelde dat het niet alleen een feest voor mij was maar hoe ook mijn lieve vader het een vreugde vond. Toen Bertus iets ouder werd, was ook hij van de partij en waarschijnlijk even goed Ham en Dien, maar toen was ik al op de "grote" school en maakte zulks minder indruk op me.

Ook herinner ik me nog, toen ik als 9-jarige op mijn verjaardag door Pa, aan de hand genomen werd en bij 't wiegje gebracht werd waarin Dien lag. Hier vertelde hij me, hoe ook ik daar als jongeborene had gelegen en hoe gelukkig hij was geweest met dit kindje en hoe dankbaar en toen zijn verloren Godsvertrouwen was teruggekeerd. Niet alleen in het gezin maar ook daarbuiten werd hij gewaardeerd als knappe medicus, die met zijn patiënten meeleefde en hun vertrouwde was. Eveneens in de maatschappij was mijn vader een onmisbaar man. Van welhaast alle verenigingen te Workum was hij voorzitter, omdat hij geestige speeches hield en altijd ad rem antwoordde. Indien hij al eens zei: ,,daar wil ik nu eens geen president van worden", dan werden zoveel verzoeken tot hem gericht en beloofde men hem alle andere werkzaamheden door overige bestuursleden te laten verrichtten, indien hij maar de voorzittershamer wilde voeren. Nu dan streek hij de hand over zijn hart en stemde toe.

In 1897 kwam ik thuis van kost- en kookschool en heb nog een heerlijk jaar met mijn ouders en Dien te Workum beleefd. Pa, Ma en ik waren lid van de zangvereniging, waar we eens per week gedrieën heentogen. Toen ging ik nog wel mee naar de buiten-patiënten, vooral 's zomers op de tilbury en zongen we samen onze liederen. Daarna kwam de trieste tijd dat Pa drie maanden ziek was; eerst nog uitging en later nog eens opstond, tot hij eindelijk geheel het bed hield. Pa begreep heel goed zijn ziekte. Eens dat we gezamenlijk in de voorkamer op Zondagmiddag zaten en heel Workum voorbij wandelde en groette, nam vooral de doodbidder met grote beleefdheid zijn pet af. ,,Die groet al zo!" was Pa zijn opmerking; ook wij hadden dezelfde gedachte. Zijn heengaan was voor mijn lieve moeder, ons vieren een geheel Workum een groot verlies.

Ma trachtte voor ons altijd opgewekt te zijn en ons een gelukkig tehuis te geven, waardoor ook voor haar weer goede jaren konden komen. Ma was zo getrouw en zorgzaam, dat ik als kind daar nooit veel aandacht aan besteedde; het sprak zo vanzelf. Ma was er en dat was genoeg. Indien ze eens een hoogst enkele maal als we uit school kwamen, afwezig was, liep ik met mijn ziel onder mijn arm rond en zocht dan op straat met een of ander spel - touwtje springen, bikkelen, hinken, knikkeren, zangspelletjes in een kring of iets dergelijks - mijn vermaak. 's Zomers in de tuin (rekstok en ringen) of visje vangen in 't wiekje en later op de Pôlle. Wat een rust was dat, te zitten aan de waterkant en de golfjes voorbij te zien kabbelen. 's Avonds in bed zag ik het nog. Soms vingen we wel iets en werden ze aan 't eind van de dag schoongemaakt (wat vlogen de schubben om onze oren en in ons gezicht), gezouten, weggezet in de kelder om op de vrije Woensdag- of Zaterdagmiddag op een grote test in de tuin in de koekepan door onszelf te worden gebakken. Alles vond Ma goed en ik heb nooit een dwanggevoel gehad. Zoveel mogelijk werd ons alles toegestaan en hoe begrijpend stond mijn lieve Moeder er tegenover.

Een toen ik 15 jaar was en naar kostschool zou gaan, kreeg ik zegge twee nieuwe wollen japponnen tegelijk, maar eerst ging ik in Augustus nog in Schüttorf logeren. Met Oom [Floris Schlikker, gehuwd met Anna Elsebena Sluyterman] wandelde ik door 't bos. Ik was bijna in de lange rokken, ± 10 cm van de grond. We moesten langs kleine paadjes en 't gras was hoog. Struiken evenals de grond nat van regen. 't Gevolg een hele vuile rand van 20 cm onder aan de japon. Stomen gebeurde in die dagen nog niet. Ook een tweede japon onderging eenzelfde lot, 's avonds terugkomend in een regenbui van Bentheim. Met bezwaard hart keerde ik naar Workum terug. Hoe goed begreep Ma de situatie. Een derde nieuwe jurk werd met spoed bij Gelske gemaakt, die later een garen-en-band-winkeltje had, waar ze ,,savonzeep" verkocht.

Alle Christelijk feestdagen, St. Nicolaas en niet te vergeten de verjaardagen, waren een hoogtepunt in ons leven, waarnaar we met verlangen uitzagen. Ma wist altijd een vreugde voor ons te bereiden. Eens kregen wij op Pa's verjaardag van de grootouders een sportkar, een toen nog onbekend en ongezien iets. Eerst voor Bertus en mij en soms voor Ham als kleinere, die heel voorzichtig mee mocht. Maar dikwijls raceten we als rikshawmannen langs Workums straten. Wat een vreugde! Nu nog betreur ik het, dat de tegenwoordige jeugd dit genot niet meer kent. Dit prachtige vehikel, zonder gummibanden, want die bestonden toen nog niet, is vereeuwigd op een Photo, toen met de jongsten erin en Hektor er voor.

Een vreugde was 't toen deze hond zijn intrede in ons gezin deed. De eerste nacht lag hij buiten en kermde de buren wakker; 's morgens om 7 uur mocht hij in de huiskamer. Om 8 uur ging Ma onze boterhammen klaar maken en zag ze, dat Afke geen bôltjes (de bakker kwam toen voor het ontbijt) had genomen. Alle 8 bôltjes waren verdwenen en slechts één werd onder de kachel teruggevonden. Onze lieve Hekkie had er zijn honger mee gestild. Later gebeurde zo iets niet meer. Omstreeks St. Nicolaas logeerde Oom Gerhard [Sluyterman uit Sneek] bij ons en bracht voor elk van ons een wondergroot chocola-figuur mee; ook Oom Albert [Potma uit Leeuwarden] had ons bedacht; zelf mochten we naar de St. Nicolaastafels bij de banketbakkers om ze te bewonderen en wat te kopen; daarna kwam de Sint, die ons thuis en bij Opa en Oma rijk bedacht. Alles op ons speeltafeltje uitgestald en bekeken, een enkel stukje geslacht. Hekkie taalde er niet naar. Maar het werd kamerdag en ons speeltafeltje, dat overvol was, dien morgen naar 't zgn. logeerkamertje gebracht. Nu stond het op een vreemde plaats en Hektor nam zijn kans waar. Wie schetst onze verslagenheid, toen wij uit school komend, onze schatten gingen bewonderen en slechts een enkele plak chocola en wat minderwaardige stukje suikerwerk, o.a. een dekentje van een chocoladewiegje, als droevige overblijfselen vonden. De boosdoener, met de staart tussen de poten en neergebogen kop werd er bij gehaald en een pak slaag toegediend, zodat hij in een hoekje kroop. Aan Hekkie's boetevolle houding kon ik altijd zien dat hij ondeugend was geweest, zodra ik op de plaats (achter huis) kwam. Ik nam hem mee en vond al gauw het gat, dat hem op straffe van een pak slaag verboden was te graven. Hoe hebben we hem allen later gemist. Dina werd een ¼ uur eerder uit school gehaald om haar deze mare mee te delen, want in 2 uur tijds wist heel Workum al, dat hij op 't strand was gedood en begraven. Dien's verdriet kende geen grenzen.
de woning van de familie Suyterman (Súd 45)
en het bijbehorende pand, het "groene huis" (Súd 43) geheel links
ca. 1915.
detail van een foto uit de fotocollectie van Dien de Raad-Sluyter

Voor mij waren de Zaterdagavonden heerlijk. Dan mocht ik bij Ma langer opblijven, terwijl Pa naar de sociëteit was gaan kaarten of biljarten. Toen werd er getarokt of gequadrileerd. Pa doorzag na een paar slagen al ieder spel en voelde meer voor tarok. Dit spel werd toen door zijn vrienden en anderen overgenomen en later speelde ieder in geheel Workum dit spel.

Die Zaterdagavonden met Ma waren gezellig. Een kopje chocola of theemelk en voordat de jongeren naar bed waren, hadden we gezamenlijk ganzenbord gespeeld of huisje gebouwd. Enige malen hebben we als jongsten te bed waren, in de kachel in de kamer ,,kniepkoekjes" gebakken. Wat een rook en smook. Een gewone turfkachel waarvan het deurtje op en neer geschoven werd. 't IJzer werd er in gestopt en om beurten mochten Bertus en ik, als het ijzer uit de kachel kwam en opengeslagen werd, deze koekjes op een stokje oprollen en voorzichtig op een papier in de hoek van de kamer eraf stropen om ze als sigaren te laten afkoelen. Ze zullen wel lekker geweest zijn, maar het helpen bereiden was groter vreugde en heeft zich meer in mijn geheugen gegrift.

Wat voor ons allen zo'n tijd van verlangend uitzien was, zo als voor ieder kind: de Sint Nicolaasavond. Dan werd er gebeld, een ouderwetse trekbel; soms zo hard getrokken op die avond, dat de draad knapte en nog direct door Ma gemaakt moest worden, anders kon het feest niet doorgaan. Bij elke bel holden we naar de voordeur en keken uit, wie wel dit pakje naar binnen had gegooid. (In dien tijd zat aan elke voordeur evenals aan de kamerdeuren een deurknop en behoefde de deur niet met een sleutel geopend te worden). Eenmaal was broertje Ham zo in vuur en holde naar buiten en stapte in de volle melkemmer, die onze melkvrouw juist neerzette om ons melk te verkopen. Een incident, maar het feest ging verder. Na het mooie Kerstfeest kwam de Oudejaarsdag. brrr!!! Brieven schrijven, brieven schrijven, post bezorgen, brieven schrijven, naar de post brengen. Een hurrie! Eens kwam de post met een brief zonder adres er op, vragen of die soms van ons afkomstig was. De goede Tante Pos had het bij het rechte eind. Maar dan tijdig eten en samen naar de ,,Vermaning", Doopsgezinde Kerk, zo als Oom Romke [Potma] steeds zeide. Vanwaar we gesticht naar onze woning keerden en alle vrienden en bekenden ,,een zalig uiteinde" hadden gewenst. Dan kwam de avond, waarvan wij kinderen allen met weemoed terugdenken. Hoe stemmingsvol was deze. Ik laat aan een van de betere pennevoerders dan ik de beschrijving hiervan over, want ik heb zal zo veel verteld, maar juist de vroegste herinneringen weet ik 't beste en daarom wijdde ik er over uit.

Harmen Potma (1817-1893) olieslager en ontvanger van het waterschap te Workum en
Tjitske Tromp Sevensma (1821-1903)
fotocollectie L.A.Æ. Sluyterman Eindhoven

Opa en Oma noemde ik eigenlijk maar terloops en toch hoe prettig was het daar te komen. In de winter had Oma een warme stoof (test met vuur). Als ik kwam en een poosje bleef, werd ook mij een warme stoof aangeboden; hetgeen natuurlijk niet door een kind van ± 10 jaar werd aangenomen. Als het nodig was, logeerde een van ons bij hen. Ik, toen er een zusje werd geboren en Bert, terwijl ik met mazelen begon. Drie dagen later moest ook hij worden opgenomen. Zelfs Ham en Dien kregen deze ziekte. Wat hebben we toen leuk harlekijns gemaakt. De woonkamer was als ziekenkamer ingericht voor ons vieren en Ma, die ons verzorgde. We vonden het gewichtig, dat ook aan onze deur een papiertje met ,,Besmettelijke Ziekte, Mazelen" was aangeplakt, hetgeen toentertijd wettelijk was voorgeschreven. Eens per week kwam ik geregeld een avond bij Opa en Oma, breidde er of speelde in de grote keuken met tinnen voorwerpjes en een pomp. Oma achter het theeblad met de mooie kopjes en het groen gebloemde tafelkleed, terwijl de zon er zo vriendelijk binnenscheen. Nooit hebben de jongeren dat zo gekend. Oma was tot op hoge ouderdom vrolijk en opgewekt. Twee dagen voor haar dood besloeg ze het deeg voor de bakken oliekoeken zo stevig, dat de bodem uit de kom sprong. O hemeltje!! Een lachje, alles overgeschept en de oliebollen gebakken. Oma een vrouw vol levenslust. Opa een lieve Opa vol levensernst. Een hoge hoed was zijn enige en altijd gedragen hoofddeksel. Op een van zomerrijtoeren naar het Rijsterbos voor een gehele dag, manden met boterhammen, koekjes en vruchten mee, zie ik nog, hoe we langs het deftige, 18de-eeuwse buiten van de familie van Swinderen liepen en Opa de gehele lengte van de gevel langs wandelde met de hoed in de hand.

Nu laat ik aan anderen over hun herinneringen op papier zetten. Ik eindig met een dankbaar hart voor al het goede me in mijn jeugd gegeven.


AANHANGSEL

Het Oude Workum in het begin van de 80-er jaren lag nog niet aan de trein. Een van de communicatiemiddelen was de stoomboot op Sneek en Bolsward. Nog herinner ik me, hoe Bert en ik, nauwelijks 4 à 5 jaar, met Ma een dag uitgingen naar Dr. Hannema in Bolsward. Hetgeen het meeste indruk maakte was de angst om ,,de Boot" te missen. Erheen lopend (,,Denk aan de ukken") hoorden we de fluit van de boot. Ma stelde ons gerust, want het duurde nog een kwartier en het was slechts de eerste fluit; we waren ongeveer ter hoogte van de ,,Vermaning" . We repten ons toch wel wat. Op het Dwarsnoord ongeveer bij de ,,Gouden Leeuw", weerklonk wederom de fluit. Ik schrok, maar het was de 2de fluit, 5 minuten voor het vertrek. Bij de derde fluit zag de kapitein ons om de hoek bij ,,de Zwaan" aankomen. We gingen aan boord, de bel werd geluid en onze reis ving aan. Ook in mijn jonge jaren werd de H.Y.S.M. [Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij] geopend, waarbij heel Workum feestvierde met volksfeesten en anderszins. Het voornaamste voor mij waren de mannen in witte broeken, die tonnetjes kruiden. Al spoedig mocht ik eens met Pa in de winter 's avonds naar het station gasten afhalen. Een beetje angstig was ik wel voor het puffend en blazend monster, dat met zijn gloeiende ogen op me scheen af te komen. Nadat alle reizigers waren uit- en ingestapt, gaf de chef het teken tot vertrek…… niet met een spiegel of fluitje, maar door een zware bel te luiden. Dit vertrekteken is jarenlang, waarschijnlijk 8 à 10 jaar of meer, gehandhaafd.

Tevens heb ik nog meegemaakt, dat de Waag gebruikt werd voor de oorspronkelijke bestemming. Onze Friese greidstreek leverde melk, waarvan boter en Friese kaas werd gemaakt. De vaten met boter, stonden daar opgesteld zonder deksel. De boterkopers met hun handel op Engeland kwamen met een soort lange appelboor (± 60 cm). Zij staken deze opzij in het vat en haalden met een draaiende beweging de boor er weer uit. Het middelste, open gedeelte werd beroken en een klein likje met des boterkopers vinger er uit genomen (toen bestonden nog geen bacillen en microben). De boor werd weer in het gemaakte gat geduwd. De vinger boven op het gaatje van de boor gehouden, deze er uit getrokken en de boter zat weer op zijn vroegere plaats. Beslist werd, of het 1ste, 2de of 3de keur was, hetgeen natuurlijk in het prijsverschil uitkwam.

De handel op Engeland beperkte zich niet tot de boter, maar… ,,De Stad Workum" had van Koningin Elisabeth I het recht gekregen drie aken gratis aan de Londense kade te meren tot verkoop van de op de Friese meren gevangen paling, op voorwaarde dat steeds dat aantal schepen aanwezig moest zijn. Door omstandigheden (oorlog of anderszins) was het aantal van drie geslonken tot één. De aakschippers verlangden te zeer naar hun huis en vreesden niet afgelost te zullen worden en zo is in de eerste wereldoorlog dit voorrecht verloren gegaan. De gezinnen van de aakschippers en hun knechts woonden allen in te Workum. Gewoonlijk kwamen de schepen behouden thuis, maar Bert en ik weten van een aak, die door ruw weer op de Noordzee is vergaan.

drie aken in de Theems te Londen
fotocollectie fam. Robijns

naar