De Van Haersma Buma's en Súdwest-Fryslân

DE VAN HAERSMA BUMA’S EN SÚDWEST-FRYSLÂN
dr. Jan Dirk Wassenaar

Dit artikel is met toestemming van eindredacteur en uitgever Dick Kranen
overgenomen uit ‘Genealogisch Erfgoed Magazine’, 25e jaargang, nr. 4, november 2017, p. 9-15.
Aan het oorspronkelijke artikel zijn nog afbeeldingen toegevoegd door Gerrit Twijnstra.


’'Fan wa is hy ien?’  

Van wie is 'ie er een?, dat vraagt men in Friesland wel wanneer men naar iemands afkomst informeert. In dit artikel gaat het om die van mr. Sybrand van Haersma Buma en zijn voorouders, die nauwe banden met de Friese Zuidwesthoek hebben.


Van Buma naar Van Haersma Buma

De huidige fractievoorzitter van het CDA is dus niet de eerste Sybrand van Haersma Buma. Zijn grootvader heette ook zo, en net als hij was Sybrand van Haersma Buma Sr. jurist. Overigens: diens grootvader mr. dr. Sybrand Buma was degene die de naam ‘Buma’ bij koninklijk besluit van 30 januari 1870 in ‘Van Haersma Buma’ veranderd kreeg. Zoals bekend, gebruikt de CDA-voorman meestal de oorspronkelijke familienaam Buma.  

Mr. dr. Sybrand van Haersma Buma (1830-1886)
Foto met dank aan Dick Kranen

Hij schrijft met het oog op de wijziging van de achternaam van zijn betovergrootvader:  ‘De naamstoevoeging was een bevestiging van de stand die de Buma’s inmiddels in Friesland hadden bereikt. Maar de verlengde naam bleek voor Sybrand geen garantie voor maatschappelijk succes. Na de top van de maatschappelijke ladder die de Buma’s vóór hem hadden bereikt, volgde nu de glijbaan naar beneden.’  Sybrand maakte geen carrière zoals zijn voorouders, evenmin had hij geluk in het huwelijk. ‘Het aanzien én het geld waren in één generatie verleden tijd geworden.’  Het uit 1818 daterende statige buitenhuis van de Buma’s te Weidum, onder de rook van Leeuwarden, werd in 1868 voor afbraak verkocht. Wat er resteerde was een familiebegraafplaats op het terrein van het gebouw.



De familiebegraafplaats van de Buma’s in Weidum  

Mr. Bernhardus Buma (1770-1838)

Het was mr. Bernhardus Buma (1770-1838) – in de Franse tijd ‘maire’ van Leeuwarden, na het herstel van de soevereiniteit na de Franse overheersing nog enkele jaren presidentburgemeester van de stad en sinds 1816 grietman van de gemeente Baarderadeel – die in de winter van 1825-1826 in Weidum een familiebegraafplaats liet aanleggen.

De kerk van Weidum

Zijn echtgenote, Roline Maria Hora Siccama, had de wens te kennen gegeven noch in de kerk noch op het kerkhof van het dorp begraven te willen worden. Dat had zij in 1820 in een testament laten vastleggen. Op 19 januari 1826 werd zij als eerste op de nieuwe begraafplaats begraven. In 1838 volgden haar man en hun zoon Gerlacus. In 1839 kwam de familiebegraafplaats in het bezit van de vierde zoon van het echtpaar Buma-Hora Siccama, mr. Wiardus Willem Buma (1802-1873). In 1861 bepaalde hij bij testament dat zijn eigen nazaten en die van zijn broers Wibo en Gerlacus daar begraven mochten worden. Tevens legde hij vast van welk materiaal en van welke afmetingen de zerken moesten zijn. Een van zijn zonen was Sybrand (1830-1886), de betovergrootvader van Sybrand van Haersma Buma.

met dank aan Maikel Galama, Workum



De uit 1928 daterende ingang bestaat uit een ijzeren hek tussen hoge gemetselde penanten, die bekroond worden door schildhoudende leeuwen met links het wapen Buma en rechts het wapen Hora Siccama.   



Sybrand van Haersma Buma Sr.: koningsgezind en antinazi  

Sybrand Marinus van Haersma Buma (1903-1942)

Die band begint bij Sybrand Marinus van Haersma Buma, kleinzoon van de eerste Van Haersma Buma. Hij werd in 1903 te ’s-Gravenhage geboren. Zijn vader was Bernhardus van Haersma Buma, die in 1875 te Leeuwarden geboren werd. De langste tijd van zijn arbeidzame leven was die vader bankdirecteur in het westen des lands. Hij overleed in 1960 en werd te Weidum begraven. Zijn vrouw was A.M.E. van Benthem van den Bergh. Zij werd in 1883 te ’s-Gravenhage geboren en overleed in 1958. Net als haar man werd ze te Weidum begraven.  In 1930 werd mr. S.M. van Haersma Buma burgemeester en secretaris van Stavoren. Hij bleef er tot 1938. De naam Stavoren is door zijn toedoen in 1937 in ‘Staveren’ veranderd.  Zijn zoon mr. B. van Haersma Buma vertelt: ‘Iedereen zei Staveren, dus dan moest de historische naam worden hersteld en iedereen was het met hem eens.’ De invloed van de burgemeester was eind jaren ’70 nog zo groot dat Kornelis Oosterhout, de toenmalige eerste burger van het stadje (1976-1983), de naam weer terug veranderde naar Stavoren. Opnieuw B. van Haersma Buma: ‘Het is een oude wens van mij dat dit besluit wordt teruggedraaid. Historisch gezien is Staveren de enige juiste naam.’

Burgemeester Van Haersma Buma van Stavoren/Staveren had allerlei plaatselijke nevenfuncties. Een voorbeeld: toen de dominee vertrok, werd hij voorzitter van de hervormde jongelingsvereniging. Dat bleef hij toen er een nieuwe predikant kwam – het beviel alle partijen goed. Verder laat B. van Haersma Buma weten: ‘Mijn vader was bestuurslid van de christelijk-historische kiesvereniging. Dat is nu ondenkbaar, een burgemeester houdt een zekere afstand tot de plaatselijke partijorganisaties. In een sterk verzuilde samenleving streefde de CHU naar het overbruggen van tegenstellingen en legde zij de nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid. Haar leus was: heel de kerk en heel het volk. Het was een typische bestuurderspartij.’

De burgemeester van Stavoren/Staveren had interesse in kunst en geschiedenis. Op zijn initiatief werden de behangschilderingen met een zestal bijbelse voorstellingen en een portret van stadhouder Willem V uit de achttiende eeuw in het stadhuis gerestaureerd.  Hier zij vermeld dat de burgemeester over diezelfde stadhouder in Land en Volk van 25 juli 1940 een artikel publiceerde, en wel over diens vertrek naar Engeland… Nog iets in dit verband: er is een foto van de studentenkamer van Sybrand bewaard gebleven.  Naast maar liefst elf Leeuwarder stadsgezichten hingen in die kamer ook nog eens zes Friese stadhoudersportretten. Ten slotte, wat geschiedenis betreft: voor het Jaarboek Nederland’s Patriciaat, waarvan hij redacteur was, schreef Van Haersma Buma een aantal genealogieën.

Enkele maanden nadat Van Haersma Buma als burgemeester van Stavoren was benoemd, trouwde hij met M.E. van Heloma, dochter van M. van Heloma, burgemeester van Hoevelaken, en G.A. barones d’Aulnis de Bourouill. Ze overleed in 1996, als laatste telg van een roemrucht Fries geslacht.  In 1993 heeft haar zoon Bernhard de genealogie van de (Van) Heloma’s gepubliceerd. De achternaam werd voor het eerst in 1641 gevoerd, door Claes Michiels (van) Heloma.  Na 1650 kwam de uit Schoterland stammende naam geregeld voor. Het was een rijke familie, die zich in de zeventiende eeuw bezighield met de verveningen in de gemeenten Schoterland en Weststellingwerf.  Verder bekleedden leden ervan allerlei hoge functies in het sociaal-maatschappelijke leven. Overigens noemt B. van Haersma Buma zijn moeder ook sociaal en erg betrokken. ‘Vóór haar trouwen was ze al leidster in een buurthuis in Utrecht. Dat was in die tijd erg ongebruikelijk, want in die kringen behoorde een vrouw fatsoenlijk thuis te zitten. In Staveren werd ze al gauw voorzitster van de hervormde vrouwenvereniging.’

De installatie van mr. S.M. van Haersma Buma als burgemeester van Wymbritseradeel.

In 1938 werd mr. S.M. van Haersma Buma burgemeester van Wymbritseradeel.  Er is een lezing uit oktober 1940 voor een gecombineerde vergadering van de CHU en de ARP bewaard gebleven waarin hij betoogt dat van samenwerking met de bezettende macht geen sprake kon zijn. In februari 1941 moest hij een bijeenkomst met de bezetter in Leeuwarden bijwonen.


Hij droeg bij die gelegenheid een dasspeld met de beeltenis van koningin Wilhelmina. Om zijn openlijke koningsgezindheid en zijn negatieve houding tegen het nationaalsocialisme werd hij gearresteerd. Hij weigerde bij zijn vrijlating een document te tekenen waarin stond dat hij de afbeelding van de ‘ehemalige’  koningin niet meer zou dragen. Pas toen dat woord was doorgehaald, tekende hij. Op zekere dag kwamen de Duitsers en NSB-ers huiszoeking bij het gezin Van Haersma Buma in IJsbrechtum doen. Zoon B. van Haersma Buma herinnert zich: ‘Wij namen afscheid van vader, niet wetend dat wij hem niet zouden weerzien.’ Vader Van Haersma Buma werd in Scheveningen gevangengezet, later in Amersfoort, nog weer later in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Daar overleed hij op 11 november 1942, vlak voor zijn 39ste verjaardag. Sybrand van Haersma Buma jr. vertelt: ‘Zodoende stond zijn echtgenote alleen voor de opvoeding van vier kleine kinderen: de oudste, mijn vader, was tien, de jongste twee. Maar voor wrok of verbittering was geen plaats. In één van de eerste zomers na de oorlog nam mijn grootmoeder een Duits meisje in huis. Zij was met haar ouders vanuit het oosten van Duitsland naar Hamburg gevlucht, en was daarmee in de ogen van mijn grootmoeder net zo goed slachtoffer van de oorlog als haar eigen gezin.’


Er zijn verschillende monumenten tot de nagedachtenis van
mr. S.M. van Haersma Buma vervaardigd. Ik attendeer op drie.  













Ten eerste een borstbeeld in het voormalige gemeentehuis van Wymbritseradiel.  

Ten tweede een vierkante zuil, bekroond met een gebeeldhouwde vlam waarin in reliëf de Nederlandse leeuw is afgebeeld. De zuil is geplaatst op een oorlogsgraf op de familiebegraafplaats te Weidum. Het graf is voorzien van een horizontale steen met opschrift. De tekst op de zuil luidt

‘FALLEN YN ‘E STRIID
TSJIN UNRJOCHT EN SLAVERNIJ DAT
WY YN FREDE FOAR
RJOCHT EN FRIJDOM WEITSJE’.

Op het letterstuk staat onder meer ‘2 Tim. 4: 7’.
De bijbeltekst luidt:
‘Ik heb de goede strijd gestreden,
ik heb mijn loop ten einde gebracht,
ik heb het geloof behouden.’  

met dank aan Maikel Galama, Workum
Ten derde een plaquette in het pand Tweebaksmarkt 52 te Leeuwarden.



Jaren geleden boog Sybrand van Haersma Buma jr. zich over een vooroorlogse hutkoffer op de zolder van zijn ouderlijk huis in Sneek. In die kist bevonden zich boeken van vier generaties van zijn familie. Van grootvader S.M. van Haersma Buma onder meer Ongeloof en revolutie van Groen van Prinsterer, veelvuldig onderstreept.

Sybrand daarover: ‘De onderstrepingen in Ongeloof en revolutie verraden een rechtlijnigheid in geloof en politieke overtuiging die mijn grootvader zou blijven kenmerken. Ik herken ook de ideologische basis voor zijn latere verzet tegen het naziregime als hij aanstreept: ‘Wij moeten aan de over ons gestelde Macht gehoorzamen, om des Heeren wil; zij moeten gehoorzaam wezen aan God. ‘Zij is de dienares, u ten goede,’ schrijft de Apostel. De oppermacht is eene gave Gods, die in zijn dienst, tot nut van anderen, en tot zijn eer, moet worden besteed.’ (…) De principiële houding van mijn grootvader tegenover de bezetter was in ideologisch opzicht terug te voeren op de werken van mannen als Groen van Prinsterer, die zich op hun beurt baseerden op de zestiende-eeuwse Nederlandse vrijheidsstrijd.’   


Bernhard van Haersma Buma: bestuurder in optima forma en historicus met hart en ziel

Bernhard van Haersma Buma werd in 1932 te Stavoren geboren uit het huwelijk van S.M. van Haersma Buma en M.E. van Heloma. Na het stedelijk gymnasium te Sneek bezocht te hebben, studeerde hij rechten te Utrecht. In die tijd was hij ook voorzitter van de Nederlandse Christen Studentenvereniging. Nadat hij meester in de rechten geworden was, kreeg hij een baan bij het kabinet van de burgemeester van ’s-Gravenhage, die hij enkele jaren daarna verruilde voor een functie bij het kabinet van de commissaris der koningin in Drenthe.  


In 1962 werd hij burgemeester van Workum.  Zijn zoon Sybrand vertelt: ‘Het Friese Workum is een van de Friese elf steden. Het is geen dorp, zoals mensen nog wel eens denken. In 1399 verleende graaf Albrecht van Beieren de handelsplaats aan de Zuiderzee stadsrechten. Vanaf 1962 was mijn vader burgemeester van deze stad. Drie jaar later werd ik er geboren. Ik vond als kleuter dat je ook kon zien dat Workum een stad was: in het centrum, bij de markt, was een heus zebrapad. Dat had je in de omliggende dorpen niet. Natuurlijk wist ik dat er nog grotere steden waren: Sneek bijvoorbeeld, dat had zelfs verkeerslichten. En Leeuwarden, waar vandaan je met de trein rechtstreeks naar Amsterdam, Rotterdam en Den Haag kon.’

De gemeenteraad van Workum in februari 1970 vlak voor de verkiezingen. Met de klok mee Gerrit Jan Hoekstra (CHU), Geert Bakker (CHU), Jacob Ruyter (CHU), Akke Gaastra-Smid (PvdA), Arij Gaastra (PvdA), Gerben Weitenberg (KVP), Robertus Ketelaar (KVP), Geeuwke Friso (ARP), Rein de Witte (ARP), wethouder Willem Westendorp (KVP), wethouder Jolle S. van der Wal (CHU), burgemeester mr. Bernhardus van Haersma Buma (CHU) en gemeente-secretaris Hendrik Marinus Gielink (ARP). Achteraan staat de bode-concierge Tjidze Folkerts.

Koninginnedag 1993 te Sneek.
V.l.n.r. de prinsen Floris (?) en Willem-Alexander, Koningin Beatrix,
prins Claus von Amsberg en burgemeester B. van Haersma Buma.
Foto: Ger Dijs, Sneek (met dank aan het Fries Scheepvaart Museum)

Van 1970 tot 1993 was B. van Haersma Buma eerste burger van Sneek. Hij was in het laatstgenoemde jaar de langstzittende burgemeester van Friesland. Nooit heeft hij pogingen ondernomen om elders promotie te maken. ‘Mijn vrouw en ik hebben altijd willen werken èn wonen in Friesland. Dan zou Leeuwarden een promotie betekenen, maar in de Friese hoofdstad maakt een lid van het CDA nu eenmaal geen kans. Zo reëel moet je zijn.’, zei hij in een afscheidsinterview.


In het boek Sneek van veenterp tot waterpoortstad is te lezen dat Van Haersma Buma – in tegenstelling tot zijn voorgangers – zijn wethouders als gelijkwaardige gesprekspartners beschouwde. Hij vond het ook nooit een probleem dat zij portefeuilles van hem overnamen. Dat gaf hem meer mogelijkheden om tijd te geven aan zijn taak als eindverantwoordelijke. Zo kon hij de coördinerende figuur in het Sneker gemeentebestuur zijn - een functie die hem, correct en bedaard als hij was, op het lijf geschreven was. Hij kon de raadsvergaderingen altijd strak leiden. Daarnaast bezat hij de gave om uit de losse pols met humor doorspekte speeches af te steken.


B. van Haersma Buma was niet alleen burgemeester. Hij is ook bestuurder van het Mr. W.W. Bumaleen, voogd van het Dr. H. Popta Gasthuis te Marssum en bestuurslid van het Old Burger Weeshuis te Sneek geweest. Daarnaast heeft hij in de loop der jaren een niet onaanzienlijk aantal boeken en artikelen geschreven, merendeels over Friese historische onderwerpen.  Van Haersma Buma is in 1959 te Heinkenszand getrouwd met E. van Werkum, dochter van D.C. van Werkum en C.H. Cohen. Hun zoon S. van Haersma Buma vertelt over haar: ‘Mijn grootmoeder van moederskant was Clarisse Henriëtte Cohen. Haar voorouders kwamen in de achttiende eeuw vanuit het Beierse Würzburg naar Nederland. Mijn grootmoeder overleefde de oorlog doordat ze met een niet-joodse man was getrouwd. Ze liet zich de hele oorlog zelden op straat zien. Als ze de deur uit moest, droeg ze de jodenster onder haar jas. Haar zuster kwam de oorlog door met een vervalst persoonsbewijs onder een andere naam. Naaste familieleden waren er verder niet. Mijn overgrootvader Julius Alfred Cohen is in 1937 als laatste op een joodse begraafplaats begraven. Zo lopen de lijnen van mijn familie niet alleen door de Friese klei, maar via mijn grootmoeder ook naar de joodse gemeenschap in Duitsland en Nederland.’ Net als haar man was mevr. Van Haersma Bumavan Werkum meester in de rechten. Op gevorderde leeftijd is ze aan de studie Fries begonnen. Haar afstudeerscriptie MO-B ging over de Sneker variant van het stadsfries. Overigens heeft ze later ook nog haar doctoraalexamen Fries gehaald. In het kader van die studie schreef ze over ‘Harinxma’s yn Snits, Easterein, Drylts en Heech neffens Aldfryske oarkonden: de brûkberens fan de Aldfryske oarkondeboeken fan Sipma en Vries foar oare as taalkundige doelen’ en over de schilder en schrijver Douwe Hansma (1812-1891). Een andere publicatie van haar hand: het uit 2005 daterende boekje Kind in Heinkenszand 1933-1945. Het echtpaar Van Haersma Buma-van Werkum kreeg drie kinderen, Sybrand als laatste.

Mr. drs. Elly van Werkum overleed te Leeuwarden op 27 juni 2019. Mr. Bernhard van Haersma Buma overleed te Leeuwarden op 26 juni 2020.



Sybrand van Haersma Buma jr.: ‘Fries om útens’ en nog steeds hervormd

Foto: Aalt Landman, Workum.

Zoals aangegeven, werd Sybrand van Haersma Buma in 1965 te Workum geboren. Daar bracht hij ook de eerste jaren van zijn leven door, in de toen nog burgemeesterswoning aan de Tiaralaan.  Van Haersma Buma voelt zich nog steeds erg verbonden met Workum. Dat is onder meer gebleken op 10 september 2011. Op die dag, Open Monumentendag, werd aldaar de Grote of St. Gertrudiskerk te Workum weer in gebruik genomen, na een restauratie die ruim een jaar geduurd heeft. Van Haersma Buma onthulde toen een plaquette. Waarom was juist hij daarvoor gevraagd? Niet alleen omdat hij in Workum geboren is en omdat hij in de kerk gedoopt is. Om een lang verhaal kort te maken: het is mede aan de CDA-fractie en vooral aan Van Haersma Buma (en zijn collega en lid van de vaste Kamercommissie voor Cultuur mevr. drs. mr. J.N. van Vroonhoven) te danken dat de Tweede Kamer in 2008 50 miljoen euro, afkomstig van een meevaller van 150 miljoen euro, extra voor restauraties beschikbaar stelde. Het betrof een eenmalige injectie, waardoor 23 monumenten gerestaureerd konden worden. Later werd de lijst met nog één uitgebreid: de St. Jan te Den Bosch.

Op 27 mei 2017 werd Museum Warkums Erfskip heropend door Sybrand van Haersma Buma
terwijl zijn vader Bernard van Haersma Buma (links) toekijkt.
Foto: Geert Bakker, Workum

In 1970 verhuisde Sybrand met zijn ouders en zussen naar Sneek. Daar bezocht hij niet het christelijke Bogermanlyceum maar het openbare Magister Alvinus. Daarna studeerde hij rechten te Groningen. Daar sloot hij zich aan bij een algemeen studentencorps en werd hij actief in een roeivereniging. In 1986 reed hij de Elfstedentocht (op de schaats) uit. Na zijn studie in Groningen deed hij een postdoctorale studie internationaal recht aan de universiteit van Cambridge.
In 1990 werd Van Haersma Buma stafjurist bij de afdeling Rechtspraak van de Raad van State. Daar leerde hij zijn toekomstige vrouw kennen. Maar verder? Al gauw kreeg hij in de gaten dat het werk bij de Raad van State niets voor hem was. Hij wilde niet alleen met papierwerk bezig zijn. Hij stapte over naar het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar hij twee jaar werkte. In 1994 ging hij de politiek in. Eerst werd hij beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van het CDA, daarna Tweede Kamerlid.

Van Haersma Buma voelt zich Fries. Hij vertelt dat bij hem om de hoek in Voorburg de Opstandingskerk staat. Eens per jaar is daar een Friese kerkdienst. Als Fries ‘om útens’ is hij dan zeker van de partij.

Vanuit de familie heeft Van Haersma Buma niet alleen zijn verbondenheid met Friesland, maar ook het CHU-gevoel meegekregen. ‘Zo zeg ik nog altijd dat ik Nederlands Hervormd ben, met PKN tussen haakjes. Ik sta in die hervormde traditie. Vanouds is er een sterk onderscheid tussen hervormden en gereformeerden. De hervormden in het noorden van het land hadden een iets vrijzinniger inslag en waren minder zuilgebonden. Van huis uit kreeg ik mee dat we met alle gezindten moesten omgaan.’

Op een zondag in januari 2010 kreeg Van Haersma Buma, die toen herstelde van de gevolgen van wat een ernstige streptokokkenbacterie had aangericht, de bloemen uit de Kloosterkerk in Den Haag. Die bloemen, en ‘de gebedswens’ die daarmee annex was, waren voor hem een bijzondere ervaring: ‘het gevoel te behoren tot een gemeenschap die het goede voorstaat, in een duizenden jaren oude traditie, en die bij dat streven naar zin en samenhang God als allerhoogste omschrijft.’ Van Haersma Buma ziet geen aanleiding om alle kerkelijke dogma’s voor onherroepelijke waarheden aan te nemen, maar hij ziet wel de blijvende waarde van de christelijke geloofstraditie voor onze kijk op goed en kwaad. Hij zal dit besef altijd vooraf laten gaan aan zijn politieke keuzes. Het is allemaal te lezen in het hoofdstuk ‘Geloof en traditie’ in zijn boek Tegen het cynisme (2016).     

Een ander hoofdstuk in het zojuist genoemde boek van Van Haersma Buma draagt als titel ‘Van huis uit’. Een aantal paragrafen daarvan gaat over de geschiedenis van de (Van Haersma) Buma’s. Niet alleen over de periode van de tweede helft van de achttiende tot de tweede helft van de negentiende eeuw, die je ‘de gouden eeuw’ van de familie zou kunnen noemen, waarover de auteur schrijft: ‘Uit die tijd zijn mooie, ontroerende en soms verrassende verhalen bewaard gebleven. Verhalen die mij hebben gemaakt tot wie ik ben.’ Er zijn ook paragrafen aan de meer recente geschiedenis van de familie gewijd. Van Haersma Buma benadrukt in dat verband wat hij van huis uit meegekregen heeft: ‘Er golden strikte, niet zelden verouderde beleefdheidsvormen. De regels en beleefdheidsvormen uit mijn jeugd bevatten een belangrijk element van keeping up appearances. Er waren regels waarvan de zin mij niet zelden ontging, maar waarvan ik de conditionerende werking tot op de dag van vandaag met me meedraag.’ Voor Van Haersma Buma zijn die normen en codes allerminst verouderd. Ze maken het mogelijk om tot uitdrukking te brengen dat je rekening met elkaar houdt, dat je verantwoordelijkheden hebt ten aanzien van anderen. ‘Haal de negentiende-eeuwse standsgerichte overdaad eraf en je houdt een handleiding over voor een goede omgang met elkaar, die ook in het huidige tijdperk nog van grote waarde is: gebaseerd op het geven van respect, niet op het opeisen daarvan.’

Wie de paragrafen over de geschiedenis van de (Van Haersma) Buma’s gelezen heeft, verbaast zich niet over het feit dat het uitloopt op een paragraaf getiteld ‘Pleiten voor het gezin’.  Hier spreekt de CDA-politicus.


In de vaderlijke lijn onderscheiden we tijdens
de afgelopen 250 jaar de volgende voorvaders:

Bernhardus Buma (1770-1838),
gehuwd met  
Rolinda Maria Hora Siccama, Vrouwe van Klinckema (1773-1826);

Wiardus Willem Buma (1802-1873,
gehuwd met
Maria van Haersma de Witte (1803-1878);

Sybrand van Haersma Buma (1830-1886),
gehuwd met
Cornelia Geertrui Maria Scheurleer (1843-1932);

Bernhard van Haersma Buma (1875-1960),
gehuwd met
Anna Maria Eduarda van Benthem van den Bergh (1883-1958);

Sybrand Marinus van Haersma Buma (1903-1942),
gehuwd met
Marca Eduarda van Heloma (1904-1996);

Bernhard van Haersma Buma (1932-2020),
gehuwd met
Elly van Werkum (1933-2019);

Sybrand van Haersma Buma (1965),
gehuwd met
Marijke Geertsema.  



Beknopte lijst van geraadpleegde literatuur

• Knipselmappen met artikelen van en over B. van Haersma Buma en E. van Haersma Buma-van Werkum, Tresoar, Leeuwarden.
• Marijke de Boer, ‘De burgervader van Staveren. Bernhard van Haersma Buma over de rol van zijn vader’, in Fryslân 17 (2011) nr. 5, p. 22v.
• Sybrand Buma, Tegen het cynisme, Voor een nieuwe moraal in de politiek (Amsterdam 2016).
• B. van Haersma Buma, ‘Genealogie Buma, Hora Buma, Hopperus Buma, Van Haersma Buma, De Blocq van Haersma Buma’, in Nederland’s Patriciaat 77 (1993), p. 132-177.
• Bernhard van Haersma Buma, ‘De familie Buma en het Fries Genootschap’, in Genootschapscultuur in Friesland. Het Fries Genootschap 1827-2002 = De Vrije Fries 82, p. 254-261.
• Piet H. de Jong, ‘Misschien een roeping. Sybrand van Haersma Buma’, in Nederlands Dagblad, 12 mei 1912.    
• Aalt Landman en Jitze Zietsma, St. Gertrudiskerk Workum. De restauratie 2010/2011 (Easterein 2011).
• Meindert Schroor, ‘Sneek in de twintigste eeuw’, in Meindert Schroor (hoofdred.), Sneek van veenterp tot waterpoortstad (Leeuwarden 2011).
• Peter en Klaske Karstkarel, Dag, mijn lieve moeder. Grafcultuur in Friesland (Leeuwarden 2015).
• https://nl.wikipedia.org/wiki/Buma_(geslacht)





























































.